"Biarlah orang mati mengubur orang mati"

Schriftlezing: Lucas 9:57-62

 

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

‘Laat de doden hun doden begraven’. Wie zou gedacht hebben dat deze zin ooit zelf door de Heer Jezus werd uitgesproken? Klinken deze woorden van Jezus niet een beetje hard, vooral voor hen die rouwen? Stel je voor, wanneer we rouwen om het verlies van een dierbare, bovendien zijn we druk bezig met het voorbereiden en regelen van de uitvaart of de begrafenis. Dan hoor je zo maar iemand zeggen: "Waarom doe je zoveel moeite voor een dode te zorgen?"

Het is natuurlijk heel normaal dat we ons beledigd en gekwetst zouden voelen als we deze uitspraak horen. Vooral als de overledene onze vader of moeder is, of iemand van wie we veel van houden. Dat doet ons afvragen waarom de Heer Jezus die zin uitsprak? Deze woorden van Jezus staan ook in het evangelie van Matteüs 8:22, ‘Volg mij en laat de doden hun doden begraven’. Zou het wel waar zijn dat de Heer Jezus de discipelen leerde geen aandacht te besteden aan familieaangelegenheden wanneer zij de Heer Jezus wilden volgen?

Als we op onze Bijbelpassage letten, vooral op vers 59, dan zien we dat de persoon die door de Heer Jezus was uitgenodigd, de Heer Jezus’ uitnodiging niet afsloeg, maar slechts zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ Is dit dan geen logisch of redelijk verzoek? Bovendien, als die persoon het oudste kind is, is hij verplicht om voor de begrafenis van zijn vader te zorgen. Maar waarom reageerde Jezus zo hard? Is het niet zo dat door de begrafenis van zijn vader te regelen, die persoon het vijfde gebod van de tien geboden uitvoert, namelijk eer uw vader en moeder?

Broeders en zusters, het begraven van een dode, zelfs een vreemdeling, is een vrome, en prijzenswaardige daad in de Joodse samenleving of in de Jodendom. Vooral als het gaat om het begraven van je eigen familie. Dat is namelijk de verantwoordelijkheid van het gezin. Geen enkel kind in de joodse samenleving zal de begrafenis van zijn ouders verzaken.

Immers het houden van een waardige begrafenis wordt heel belangrijk bevonden. En als deel van de Joodse samenleving was de Heer Jezus natuurlijk goed vertrouwd met de gewoonten en cultuur van zijn tijd, namelijk dat een begrafenis, een belangrijke aangelegenheid was.

Dus in deze Bijbelpassage zou de Heer Jezus helemaal niet bedoeld hebben dat die persoon de begrafenis van zijn vader maar moest verzuimen. De algemene interpretatie van deze Bijbelpassage is dat een begrafenis wel belangrijk is, maar het volgen van de Heer Jezus is nog belangrijker. Het volgen van Jezus moet niet lichtvaardig worden opgevat, omdat het volgen van Jezus een daad is die boven een belangrijke daad in het leven van een Jood staat, namelijk het begraven van zijn vader.

Met Zijn woorden gaf de Heer Jezus de boodschap dat er boven deze zeer hoge familie (verwantschap) toewijding nog een hogere toewijding is, namelijk de toewijding om Jezus te volgen. De beslissing om Jezus te volgen is een beslissende keuze en een daad die ons hele leven zal beïnvloeden. Jezus volgen is hoger dan wat wij altijd als het meest verheven hebben gewaardeerd, namelijk onze ouders respecteren en onze familie liefhebben.

De ernst van het volgen van Jezus wordt ook vermeld in Matteüs 10:37: ‘Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.’Er is nog een sterkere uitspraak van Jezus, namelijk: "Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn." (Lucas 14:26). Jezus volgen vereist dus toewijding en oprechtheid die verder gaat dan alle verbintenissen en oprechtheden die we tot nu toe hebben beleefd.

Maar broeders en zusters, de uitleg van deze algemene interpretatie laat nog steeds de vraag onbeantwoord: waarom lijkt de Heer Jezus zo "cynisch" over familieaangelegenheden? Weten wij niet dat Jezus zelf groot respect had voor zijn ouders en familie? Dat is namelijk bewezen, immers tot op het laatste moment van Zijn leven, toen Hij aan het kruis hing, dacht Jezus nog aan het welzijn van Zijn moeder. Wie zal er voor Zijn moeder zorgen? Daarom vertrouwde Hij Zijn moeder toe aan Zijn discipel, die Johannes heette (Johannes 19: 26-27).

Nu om de bovenstaande vraag uit te leggen, als we de interpretatie vanuit de Hebreeuwse perspectief en ook de Joodse culturele gebruiken met betrekking tot het begraven bestuderen, zal dat ons helpen om de woorden of uitspraken van Jezus: ‘Laat de doden de doden begraven’beter te begrijpen. Laten we eens kijken naar deze Bijbelpassage. Is het wel waar dat de vader van die discipel of die persoon op die dag is gestorven? Als het waar zou zijn dat die dag de dag was dat zijn vader stierf, dan zou die persoon niet meer op die plek moeten zijn.

Hij zou op dat moment niet aanwezig mogen zijn bij die ontmoeting met de Heer Jezus. Want hij moest in het huis van zijn vader zijn om de begrafenis van zijn vader te regelen. Maar op die dag was hij bij de Heer Jezus. Dat wil zeggen, zijn vader was niet op die dag gestorven. Wij, de lezers van vandaag, nemen aan dat de vader van die man op diezelfde dag is gestorven. Daarom is het vanzelfsprekend voor ons dat die persoon Jezus om toestemming vroeg.

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

In tegenstelling tot de hedendaagse gewoonten, kent de Joodse traditie of cultuur het bestaan van een eerste en tweede begrafenis (First and secondary burial). Wat met de eerste begrafenis werd bedoeld, is dat wanneer een persoon stierf, zijn lichaam eerst in een uitgehouwen rotsgraf werd gelegd.

In dat rotsgraf werd het dode lichaam eerst gebalsemd en werd er daarna een doodswade overheen gelegd. Vervolgens werd het lijk achtergelaten totdat alleen de beenderen overbleven.

En als van het lichaam van de overledene alleen de beenderen overblijven, worden de beenderen in een “ossuarium” (beenderkistje) bewaard.

De handelingen worden verricht door mensen die volgens de Joodse wet professioneel zijn opgeleid. Die opleiding behelst hoe om te gaan met lijken en hoe je de botten verzamelt en in het beenderkistje (ossuarium) doet. We kunnen hen in het heden vergelijken met de uitvaarverzorgers van een begrafenisonderneming. Zij zorgen voor alles wat met dit "ossuarium" te maken heeft, en zorgen ook voor de permanente opslag van het beenderkistje in een andere grot.

Dus broeders en zusters, wij begrijpen nu de reden die de man aan Jezus gaf, namelijk het ging om de tweede begrafenis, en niet de eerste begrafenis van zijn vader. Vanwege zijn "secundaire" aard is dit geen belangrijke en dringende reden die gebruikt kon worden als een excuus om de oproep om Jezus te volgen uit te stellen.

Dat excuus was meer een soort "uitstelgedrag" als een excuus in het volgen van Jezus en te weigeren om je volledig in te zetten. Daarom zei de Heer Jezus verder: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het Koninkrijk van God’(Lucas 9:62).

Met andere woorden, men kan niet achterom blijven kijken, want men moet recht vooruit ploegen. Jezus volgen vereist een volledige en oprechte toewijding.

Het is duidelijk dat de Heer Jezus helemaal niet bedoelde dat ook maar iemand de begrafenis van zijn vader moest negeren. In plaats daarvan wist Hij dat de tweede (secundaire begrafenis) of "ossuarium" begrafenis kon worden uitgevoerd door professionals die waren opgeleid in het omgaan met overledenen. Laat de zorg voor de doden ons niet terughouden van een belangrijke taak

Wat is dan de achtergrond van de harde woorden van de Heer Jezus: ‘Laat de doden hun doden begraven’? In het Oude Testament wordt er hiernaar verwezen, namelijk in Zacharia 11: 9, Ik verloor mijn geduld met het vee, dat een afkeer van mij kreeg, en zei: ‘Ik weid jullie niet langer. Laat maar sterven wie sterven moet, laat maar verdwijnen wie verdwaalt, en laat de rest elkaar maar verslinden. ....’

Broeders, de uitspraak in Zacharia 11: 9 wordt door de Heer Jezus indirect gebruikt om te reageren op mensen die oneigenlijk argument aanvoeren om aan iets te ontkomen. Dit is het antwoord van Jezus op mensen die wachten om gehoor te geven aan Zijn oproep om Hem te volgen. De Heer Jezus gaf een paradox aan Zijn uitspraak, namelijk dat Hij eeuwig leven schenkt en niet de dood. En noemde Hij degenen die Zijn uitnodiging weigerden "doden". Want de zaak van het Koninkrijk van God, die Hij predikt, geeft eeuwig leven.

De verkondiging dat het Koninkrijk van God nabij is, maakt deel uit van de verantwoordelijkheid die de Heer Jezus Zijn discipelen heeft opgelegd. Maar deze opdracht is nog steeds actueel voor hen die Hem vandaag willen volgen. In dit onderricht bedoelt de Heer Jezus: "Houd op met het bedenken van uitvluchten. Kom tot Mij ... volg Mij!"

In de ogen van de Heer Jezus is deze zaak van het navolgen van Hem en van bekendheid geven aan het Koninkrijk van God zo belangrijk, dat zij zelfs boven de Secundaire Begrafenis staat. De evangelieschrijver Lucas zegt duidelijk: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij (d.w.z. degene die het eeuwige leven ontvangt) op weg om het Koninkrijk van God te verkondigen, gaat heen en verkondigt overal het Koninkrijk van God.’ (Lucas 9:60).

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

We zijn dankbaar dat we in de eredienst van vandaag getuige mogen zijn van de bevestiging van zuster Magdalena Ellen Vergeer en broeder Eric Rumondor in de functie van ouderling van GKIN, in het bijzonder voor de bediening in de regio Rijswijk-Den Haag. Toen zuster Ellen en broeder Eric werden benaderd en gevraagd of zij bereid waren om als ouderlingen te dienen, hadden onze zuster en broeder het lang moeten overwegen en ermee geworsteld voordat zij de uitnodiging aanvaardden.

Zuster Ellen voelde zich onbekwaam omdat ze nog nooit ouderling was geweest. Broeder Eric was wel ouderling geweest, maar aarzelde aanvankelijk en vond dat hij niet klaar was om opnieuw als ouderling te dienen. Maar een paar dagen later zei hij "ja" en was hij klaar om als ouderling te dienen.

Laten wij voor hen bidden en hun bedieningen steunen. We zijn er zeker van dat God, het hoofd van de kerk, die hen heeft uitgekozen, ook hun bedieningen zal toerusten en zegenen, zodat de evangelieboodschap - het goede nieuws over Gods werk van verlossing en herstel voor deze wereld, in het bijzonder in Nederland - aangewakkerd en verspreid kan blijven worden, dat er meer en meer mensen Christus kunnen leren kennen en Zijn liefde en kracht kunnen ervaren. We zijn broeder Eric en zuster Ellen dankbaar voor het beantwoorden van Gods roepstem en het volgen van Zijn roeping in de bediening als ouderlingen, en ook broeder Arie Vergeer en zuster Yvonne Rumondor voor het ondersteunen van de roeping van hun partner.

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus, naast het dienen als ouderling, roept God ons allen ook op om Hem te volgen en te dienen in ons leven. Jezus volgen is inderdaad een optie. Maar als we besluiten Jezus te volgen, is dienen een onderdeel van het volgen van Jezus. Laat deze gelegenheid ons allen eraan herinneren: "Hebben we gehoor gegeven aan Gods uitnodiging en roep of zitten we ons nog te verontschuldigingen om verschillende redenen?"

Moge de Heer ons allen kracht geven en zegenen. Aan zuster Ellen Vergeer en broeder Eric Rumondor, en ook voor ons allen: "Vreugde in het volgen van Jezus, en blijdschap in de bedieningen.” God zegene ons allen.

AMEN.