"Alami penyembuhan dan pemulihan Allah- belajar dari Musa"

 

Exodus 3:1-15 

Geliefde gemeente. Toen ik klein was, als een kleine jonge in Jakarta, hield ik van buitenspelen met de buurkinderen en ik rende graag. Ik was toen nog tenger. Misschien kunt u dat nu niet voorstellen. Ik rende graag, maar ik viel ook vaak. Ik kan me nog herinneren dat ik huilend thuis kwam met een arm of knie die bloedde. Tot nu toe heb ik een paar littekens van die valpartijen, vooral op mijn knie.

Wij hebben allemaal onze eigen littekens. En niet alleen wat zichtbaar is. Er zijn juist meer littekens die onzichtbaar zijn. Wie kan zich niet een negatieve ervaring herinneren die littekens heeft achtergelaten? Littekens als minderwaardigheids- en onzekerheidsgevoelens? De psychologen noemen dit traumatische ervaringen- ervaringen die een diepe emotionele indruk achterlaten. Mozes had zo'n ervaring.

Mozes had besloten de rijkdom en roem als een prins van Egypte op te geven om zich met het volk Israël te identificeren. Hij wilde liever met Gods volk lijden dan van de zonde genieten. En toen hij deed wat hij dacht te moeten doen, keerde zijn eigen volk hem de rug toe- de mensen die hij nu juist uit hun slavernij wilde bevrijden. Hij werd ook overal gezocht in Egypte als de meest gezochte misdadiger. Het enige dat Mozes nog kon doen, was op de vlucht slaan. Hij rende weg naar Midjan. Hij zette zijn leven voort in dat nieuwe land. Inmiddels al 40 jaar geleden. Maar Mozes werd nog achtervolgd door zijn verleden. Hij bleef lijden. Mozes was een gebroken mens.

Te midden van de gebrokenheid van Mozes kwam God naar hem toe. Inderdaad. Na zoveel jaren. Het lijkt soms wel of God ons niet hoort, maar op Zijn tijd zal Hij reageren. Laten we daarom altijd vasthouden aan Gods belofte en trouw. Gods tijd is niet onze tijd, maar Zijn tijd is de beste tijd. 

Een doornstruik wordt de plaats waar God zich openbaart. Daar, op de berg Horeb, de berg van God, verscheen de engel van de HEER aan Mozes in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.

Een doornstruik doet ons terug denken aan het gevolg van de zondeval. Na de zondeval zegt God in Genesis 3:18 ‘Dorens en distels zullen er groeien, toch moet je van zijn gewassen leven...’ Dorens zijn dus in de Bijbel symbool voor de gebrokenheid van de schepping na de zondeval. Midden tussen de dorens, te midden van de gebrokenheid, openbaart God zich. Waar de gevolgen van de zonde zichtbaar zijn, openbaart God zich. Later zal Gods Zoon, Jezus Christus, deze weg bewandelen tot het uiterste. Hij zal gekroond worden met een doornenkroon. Alle tranen, alle wonden, alle lijden, alle gebrokenheden draagt Jezus als Hij met de doornenkroon op Zijn hoofd aan het kruis openbaart wie God is. Aan het kruis liet God zien hoe groot Zijn liefde was voor deze gebroken wereld. Jezus is gekomen om deze wereld te bevrijden van zonde en dood, door Zijn sterven en opstanding. Jezus is gekomen om genezing en heling te schenken aan de gebrokenen.

In Gods veschijning door Zijn engel, zag Mozes de brandende doornstruik. God is als een verterend vuur, maar het vuur verteert niet! Zoals het staat in Maleachi 3:2-3 ‘...Hij is als het vuur van een edelsmid ... Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren ... als goud en zilver...

God toont Zijn macht en majesteit in vuur, niet om te vernietigen, maar om te reinigen en louteren, om te helen en te bevrijden.

In de verzen 7 en 8 lezen we verschillende werkwoorden. ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben Ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden ... ‘  Wat bijzonder is dit. Zoveel werkwoorden. God is een God die werkt te midden van de gebrokenheid, te midden van het lijden van Zijn volk in Egypte.

Niet alleen Mozes heeft genezing en heling nodig, maar heel Gods volk op dat moment. God plaatst Mozes in een veel breder perspectief. Het is alsof God wil zeggen: ‘Mozes, je hebt het zwaar, maar Mijn volk lijdt meer dan je kan voorstellen. Ik zal zowel jou als Mijn volk bevrijden’. God heeft een plan met Zijn volk en Mozes is hierdoor in het bijzonder door God geroepen. In vers 10 zegt God: ‘Daarom stuur Ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’

Mozes geeft zijn reactie: ‘Maar wie ben ik, dat ik ...?’  Mozes reageert terughoudend op Gods roeping. Hij noemt allerlei bezwaren (Exodus 3:11, 3:13, 4:1, 4:10, 4:13). Van een sterke, krachtige, en zelfverzekerde prins van Egypte was er nu weinig over bij Mozes. ‘Wie ben ik ...?’ Gods antwoord is een omkering van de vraag. Niet wie Mozes is, is nu de vraag, maar wie met Mozes is, daar gaat het om! God daagt Mozes uit om niet naar zichzelf te kijken maar naar Hem. Het blijkt een beslissend moment te zijn in het leven van Mozes.

Het leven van Mozes duurt 120 jaar en kunnen we in drie fasen verdelen. Elke fase is 40 jaar. De eerste 40 jaar (als prins van Egypte) heeft als kernwoord: ‘IK KAN!’ (met mijn eigen kracht). De tweede 40 jaar (toen Mozes vluchtte naar Midjan) heeft als kernwoord: ‘IK KAN NIET!’ (want ik ben gebroken). De derde of de laatste 40 jaar van Mozes (toen hij Israël leidde uit Egypte) heeft als kernwoord: ‘GOD KAN!!!’.  

Mozes zal zichzelf ontdekken in het licht van wie God is. En wie God is, wordt duidelijk in de naam waarmee God zichzelf bekendmaakt. God geeft Zijn naam aan Mozes. IK BEN DIE IK BEN (HSV). De Hebreeuwse naam omvat alle werkwoordstijden van het werkwoord ‘zijn’. U kunt vertalen met: Ik was die Ik was, of Ik ben die Ik ben, of Ik zal zijn die Ik zijn zal (NBV21: IK ZAL ER ZIJN), of Ik ben die Ik was, of Ik zal zijn die Ik was ... En dat is dan ook precies de diepe betekenis van Gods naam: Ik ben Dezelfde. Ik ben steeds Dezelfde. Ik ben gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid.Het is net alsof God tegen Mozes zegt: ‘Ik was de God van je voorouders, Abraham, Isaak, en Jakob. En Ik ben dezelfde God die je wil redden en die altijd bij jou zal zijn. Vertrouw op Mij! Volg Mijn roeping!’ De naam ‘IK BEN DIE IK BEN’ uit vers 14 wordt in vers 15 samengebracht tot één woord. Vier letters, in het Hebreeuws alleen maar medeklinkers: JHWH.

God is afgedaald om Zijn volk Israël te redden. In het Nieuwe Testament is Jezus afgedaald om de hele wereld te redden. Wat een vreugde om te weten dat er zoveel volken en stammen zijn die Jezus belijden als Heer en Verlosser.

Vandaag staat onze eredienst in Toraja nuance. Het woord Toraja komt uit het Boeginees ‘to riaja’, wat betekent ‘mensen van de hooglanden’. Tana Toraja (of Toraja-land) is een gebied in Zuid-Sulawesi in Indonesië, 230 kilometer ten noordoosten van Makassar, de hoofdstad van de provincie Zuid-Sulawesi. In het Nederlands wordt het uitgesproken als ‘Toradja’.

De traditionele huizen van Toraja zijn Tongkonan. De Tongkonan is voor de Toraja het symbool van hun verbondenheid met de voorouderlijke grond.

Torajanen staan ​​vooral bekend om de uitgebreide en kostbare uitvaartrituelen. Vele waterbuffels (karbouwen) worden geslacht ter ere van de overledenen. Overledenen worden vaak een tijdje (gebalsemd) ‘bewaard’ in of bij het huis van de familie voor ze in speciale grotten worden geplaatst die zich in steile rotswanden bevinden. De doden worden omringd door houten beeldjes ter bescherming (die vaak enigszins lijken op de overledene zelf).

Tana Toraja is verder bekend om het kleurrijke houtsnijwerk. Zoals wij dat zien op de liturgie van deze dienst.

De Torajakerk (Gereja Toraja) is geboren en gegroeid uit de vruchten van de zendingwerk van de Gereformeerde Zendingsbond-Nederland (GZB). De eerste zendeling in Tana Toraja was ds. A.A. van de Loosdrecht die op 7 november 1913 in Rantepao, Zuid-Sulawesi, aankwam. Evangelie kwam dus in Toraja 108 jaar geleden.

Het was echter tragisch omdat hij bijna vier jaar later ter plaatse werd gedood (26 juli 1917). Maar zoals kerkvader Cyprianus zegt: ‘Het bloed der martelaren is het zaad der kerk’, was de dood van de eerste zendeling niet voor niets geweest. Het evangelie werd verder verspreid in Toraja en de kerk groeide. In 1950 had 10% van de bevolking zich tot het christendom bekeerd. Tussen 1951 en 1965 beleefde Zuid-Sulawesi een turbulente periode toen de Darul Islam- separatistische beweging vocht voor een Islamitische staat in Sulawesi. De 15 jaar van guerrillaoorlog leidde tot massale bekeringen tot het christendom. Nu is bijna 86 % van de bevolking christen (69,5 % Protestant en 16,5 % Rooms Katholiek).

De grote uitdaging voor de Torajakerk is de verhouding tussen Evangelie en cultuur. Theoloog Richard Niebuhr beschrijft in zijn boek ‘Christ and Culture’ vijf zogenoemde posities van Christus ten opzichte van de cultuur: 1. Christus tegenover de cultuur, 2. De Christus van cultuur, 3. Christus boven cultuur, 4. Christus en cultuur in paradox, 5. Christus die de cultuur transformeert. De vijfde positie (Christus die de cultuur transformeert) is de meest positieve. God is de schepper van hemel en aarde, van natuur en cultuur. Na de zondeval is de wereld in gebrokenheid, maar na het verlossend werk van Christus leven we richting de voltooiing van deze wereld. Door de Heilige Geest werkt God al als her-schepper en zo wordt de cultuur getransformeerd naar Gods wil.

Zullen we dus samen op reis gaan naar Toraja? Als u naar Toraja gaat, kunt u het hoogste Jezus’ standbeeld ter wereld zien: ‘Patung Yesus Buntu Burake’ (Standbeeld van de Zegenende Christus).

Geliefde gemeente. Te midden van zijn gebrokenheid, ontvangt Mozes de genezing en heling van God. Voor hem en zijn volk. God geeft genezing en heling aan iemand, zodat hij dat verder brengt naar anderen, naar de volken en stammen. Zo leidt Mozes zijn volk naar het beloofde land.  

Willen we ook genezing en heling van God ontvangen? Dan moeten we zoals Mozes God persoonlijk (niet via via) ontmoeten in Zijn Zoon Jezus. Genezing en heling zullen plaatsvinden wanneer wij bereid zijn om gereinigd en gelouterd te worden door God, door het vuur van Zijn Geest. Dat wij onze zonden niet proberen goed te praten, maar bekennen voor Zijn aangezicht. Dat wij onze wonden en gebrokenheid niet ontkennen of verbergen, maar durven open stellen voor Hem. Het is pijnlijk, maar het werkt genezend! Genezing en heling zullen plaatsvinden wanneer wij naar Gods stem luisteren en Zijn roeping volgen, wetende dat God met ons is, want Zijn naam is ‘IK ZAL ER ZIJN’.Leer van Mozes. Ervaar de genezing en heling van God!

Amen.